woensdag 21 september 2016

Histoire Belge: Tijl Uylenspiegel en de vette soep

Tijl Uilenspiegel en de vette soep

Tijl had werk gevonden als knecht. Eens was zijn baas naar de markt gegaan en had daar van een boer hout gekocht. Hij liep even naar huis en zei tegen Tijl: "Straks komt er een boer met een brandhout, zeg dat hij het hout in de schuur legt. Het is al betaald, maar ik heb de boer ook nog een kom vette soep beloofd; jij kookt die soep en als de boer het hout in de schuur heeft gelegd, dan laat je hem zo veel soep eten als hij kan. Ja - baas; ik begin er direct aan. Maar wat moet ik er in doen, in de soep?"

"Wel, je kijkt in de kast, er is van alles in huis, genoeg om een heerlijk soepie klaar te maken."

Tijl kookt water en werpt er van alles in… een flinke portie erwten, wat fijngesneden uien, een paar brokken vlees, wat sneden brood en een handvol zout. En dat liet hij maar flink koken. "Het wordt een fijn soepje," dacht hij, "alleen nog wat mager, er moet vet bij, of boter." Hij zocht in alle kasten, en keek overal in de kelder, maar nergens vond hij boter of vet.

Ondertussen was de boer met het hout gekomen en zei: "O, ik ruik mijn soep al. Nou jong, ik heb veel goesting, hoor."

"Ja, de baas heeft me gezegd, dat ik voor een goede soep moest zorgen," zei Tijl.

Terwijl de boer het hout naar de schuur droeg, bleef Tijl maar zoeken naar vet, maar hij vond het niet. Toen kreeg hij ineens een ingeving: hij nam de pot met schoenvet, waarmee de schoenen moeten worden ingewreven om het leer soepel te houden. Hij deed daarvan een paar flinke scheuten in de soep. De boer zette zich aan tafel en schrokte het ene bord soep na het andere naar binnen. Geen druppel liet hij over, het vet druppelde langs z'n kin.

Net stond de boer op, voldaan over z'n dikke buik strijkend, toen de baas binnenkwam. "Wel," vroeg-t-ie, "heeft de soep een beetje gesmaakt?"

"Hij was heel goed," zei de boer, "alleen, hij heeft zo'n rare nasmaak, hoe zal ik het zeggen... hij smaakt naar nieuwe schoenen, zou 'k zeggen."


Tijl Uilenspiegel et la bonne soupe bien grasse

Tijl avait trouvé du boulot comme servant, valet de ferme. Un jour son patron était au marché et il y avait acheté du bois. Il entre vite à la maison et dit à Tijl: "Le fermier va venir tout de suite avec du bois pour le feu, dis-lui de mettre le bois dans la grange. Tout est payé, mais j’ai promis au fermier que j’allais lui offrir une bonne soupe bien gras. Tu dois donc lui faire une soupe et quand il aura fini de mettre tout le bois dans la grange, tu lui fais manger autant de soupe qu’il voudra.
Oui, patron, disait Tijl, je commence tout de suite. Mais que dois-je mettre dans cette soupe?
Eh bien, tu regardes dans l’armoire, il y a de tout dans la maison, assez pour en faire une bonne soupe.

Tijl fait bouillir l’eau et jette plein de choses dedans… un bonne portion de petit poids, des oignons coupé en fine lamelles, quelque morceaux de viande, quelques tranches de pain, une main de sel. Et puis il laissa bouillir tout ça bien fort. “Ce sera une bonne soupe”, pensait-il “mais un peu maigre… il faudrait ajouter de la graisse, ou du beurre.” Et il cherche dans toutes les armoires et regarde partout dans la cave, mais nul part trouvait-il du beurre ou de la graisse.

Entre temps, le fermier était là avec le bois et disait: “oh je sens déjà ma bonne soupe. Eh bien, j’ai vraiment envie tu sais…
Oui, disait Tijl, mon patron m’a dit de faire une vraie bonne soupe…

Et pendant que le fermier porte le bois dans la grange, Tijl continue à chercher la graisse, mais il ne la trouvait pas. Et puis tout à coup il eut une idée. Il prend le pot de graisse de chaussure, la graisse qu’il faut mettre sur les chaussures en cuir pour les rendre bien souple. Il met quelques bonnes goutes dans la soupe. Le fermier se met à table et commence à boire une soupe après l’autre. Il n’en laissa pas une goutte. La graisse coule de son menton. 

Le fermier se lève, il se frotte le ventre, quand le patron entre. .. eh bien, elle vous a gouté cette soupe?”

"Une merveille," disait le fermier, "mais, el a un étrange arrière-gout, elle goute – comment dirai-je – elle goute comme des nouvelles chaussures… je dirais. 

dinsdag 6 september 2016

è kluchtje over e Kortrikzaan, en Ieperlink en è Poperingenoare

Kluchtje
E Kortrikzaan, en Ieperlink en è Poperingenoare komen op è dag de geest tegen, de geest van Ali Baba die leeft in een flesche.
Zegt die geest… ‘ik kun junder ’t eeuwig en t gelukkig joenk leven geven, moar, up één condietje… up één voorwaarde
Je meugt etwot in ’t water van joen stad smieten en anket nie weere vinden, toen krieg je t eeuwig en t gelukkig leven, moar…
Anket wel were vinden, goa je gie direct ter plekke dooad… verstoaj-t?
Den Kortrikzan begint, en e smit ze dink in de Leie.
En de geest duukt der achter en twi seconden loater komt’n were boven met è tote pik, è tandestoker in zijn handen… en de Kortrikzaan is ter plekke doad gegaan.
En den Ieperlink smiet zijn dink in de vesten, en de geest zoekt en zoekt, en vindt achter euren in dat vuul sop die kopspelle en bringt em boven… Den Ieperlink valt doad onder de Rieselpoorte …
En toen is ’t den toer van de Poperingenaore, ne smiet zien dink in de vleterbeke en wandelt up zien duuzende gemak naar huus. De geest dukt de Vleterbeke in en zoekt, en zoekt, è dag en è nacht, è nacht en è dag, è weke è vjiertien dagen è moand en uitendelik gift de geest het op… potverdikke dat e nu nog nooit gebeurd… wuk ej je gie doar in e smeten?


Ewel zegt de Poperingenaore, e we geweune e bruustablette …. 


Blague
Un habitant de Courtrai (een Kortrijkzaan), un habitant d’Ypres (een Ieperling) et un habitant de Poperinge (een Poperingenaore)rencontrent un jour un esprit, c’est l’esprit d’Ali Baba qui vit dans une bouteille.
L’esprit leur dit : je peux vous offrir la vie éternelles, heureuse et jeune, mais il y a une condition…
Tu peux jeter dans l’eau de ta ville quelque chose que tu choisis et puis si je ne parviens pas à retrouver ce que vous avez jeté, tu auras la vie éternelles, jeune et heureuse.
Mais, si je parviens à retrouver votre objet, tu meurs sur place…
Le ‘Kortrikzaan’ commence, il jette un truc dans la Lys.
L’esprit plonge et au bout de deux secondes il remonte avec un cure dent dans ses mains. Le Kortrikzaan meurt sur place.
Alors l’Ieperlink jette son truc dans l’eau des remparts, l’esprit plonge et cherche et cherche, et au bout de quelques heures dans l’eau il remonte avec une épingle… le Ieperlink meurt sous la porte de Lille.
Et alors, le Poperingenoare son tour. Il jette son truc dans le Vleterbeke et puis il retourne à son aise vers sa maison. L’esprit plonge dans le Vleterbeke et cherche, cherche et cherche, une journée une nuit, encore une nuit et une journée, une semaine, une quinzaine, un mois et puis l’esprit abandonne… ça alors, dit-il, cela ne m’est jamais arrivé. Que-est-ce que tu as bien pu jeter dans l’eau de ta ville…
Eh ben, bien simple, disait le Poperingenaore, c’est un comprimé effervescent…   

woensdag 31 augustus 2016

Emission Uitzending 31 / 08 / 2016


De volledige uitzending - l'émission entière
Le Vocabulaire - Wat hebben wij vandaag geleerd? 
l'Histoire Belge - Jean TOOTS Thielemans

Histoire Belge: Jean - TOOTS - Thielemans


Jean Baptiste Thielemans werd geboren in Brussel, in de populaire wijk van de Marollen. Zijn vader en moeder houden een café in de Hoogstraat waar muziek gespeeld wordt en Jean houdt van muziek. Hij is drie als hij van papa zijn eerste accordeon krijgt. Hij wordt de ster van het café.
In 1939 ziet hij een film waarin iemand mondharmonica speelt. Jean leert ‘mondmuziekske’ spelen. Tijdens de tweede wereldoorlog hoort hij Jazz in de cafés van Brussel en hij leert gitaar. En hij is goed, de groten van de muziek willen hem in hun orkest. Benny Goodman en Bobbejaan Schoepen kloppen aan zijn deur. De aanvragen blijven komen van ver en in 1951 verlaat Jean, die ondertussen door iedereen Toots wordt genoemd zijn geliefde Brussel en gaat in Amerika samenspelen met de groten. Charly Parker, Peggy Lee, Ella Fitzgerald, Quincy Jones, Jaco Pastorius, Pat Metheny, Billy Joel, Paul Simon, Sting… ze stonden allemaal met Toots op het podium en Toots speelde zijn mondharmonica, bijzonder als je weet dat Toots al van kindsbeen astma heeft. Toots is een internationale ster, maar hij blijft boven alles een ketje, een gewone Brusselair.
In 1981 wil zijn gezondheid niet meer mee, hij krijgt een beroerte en kan zijn linkerarm niet meer gebruiken. Het is het einde van het gitaar spelen, maar fluiten en mondharmonica spelen, dat kan hij nog altijd als de beste.

Zijn bekendste lied, componeert hij in 1962, Bluesette, dat hij al fluitend, met de mondharmonica, met de gitaar en in alle mogelijke bezettingen heeft opgenomen. Maar de echte Toots hoor je als hij improviseert en verhalen vertelt met zijn muziek.
Vorige week is Toots overleden, hij was 94 jaar, maar zijn muziek blijft altijd bestaan. 





Jean Baptiste Thielemans est né à Bruxelles, dans le quartier populaire des Marolles. Ses parents tiennent un café Rue Haute ou chaque soir des musiciens jouent leur musique. Jean adore la musique. À trois ans son papa lui donne un cadeau, c’est un accordéon. Jean devient la star des soirées.
En 1939 Jean voit un film avec un acteur qui joue l’harmonica, il apprend à jouer cet instrument. Pendant la deuxième guerre mondiale il entend le jazz dans les cafés de Bruxelles et apprend à jouer la guitare. Il est un excellent musicien. Les stars de la musique veulent ce Jean dans leur orchestre. Bobbejaan Schoepen, mais aussi Benny Goodman frappent à sa porte. Les demandes viennent de loin et en 1951 Toots, comme il se fait nommer entretemps, déménage de Bruxelles vers l’Amerique ou il joue avec les plus grands. Charly Parker, Peggy Lee, Ella Fitzgerald, Quincy Jones, Jaco Pastorius, Pat Metheny, Billy Joel, Paul Simon, Sting… Tous sont montés sur le podium à côté de Toots et Toots joue surtout l’harmonica. Ce qui est spéciale si tu sais qu’il souffre d’asthme depuis son plus jeune âge. Toots est une star internationale, mais avant tout il reste un ketje (ketje est le surnom des vraies Bruxellois)
En 1981 il a des problèmes de santé et une attaque cérébrale lui paralyse le bras gauche. Il ne peut plus jouer la guitare mais il siffle et joue l’harmonica encore plus qu’avant.

Il compose sa chanson la plus connue en 1962. Il enregistre Bluesette en sifflant, avec son harmonica, avec la guitare en avec beaucoup de ces groupes. Mais on entend le vraie Toots quand il se met à improviser et à raconter des histoires avec sa musique.

La semaine passée, Toots est décédé à l’âge de 94 ans, mais sa musique continue … pour toujours. 

woensdag 24 augustus 2016

Emission Uitzending 24 / 08 / 2016


De volledige uitzending - l'émission entière
l'Histoire Belge - Lucien Storme



Lucien Storme, une histoire Belge

Voor deze eerste “histoire Belge” ga ik jullie het verhaal vertellen van Lucien Storme.









Lucien is geboren in 1916 in het mooie Nieuwkerke (in de buurt van Belle, juist over de Schreve in België.

Lucien begint al vroeg te koersen, hij is coureur en rijdt eerste voor een club uit Rijsel.
In 1938 wordt Lucien lid van de ploeg ‘Mercier’ en het is dan dat de grote successen er aan komen.
In april 1938 wint hij de schoonste koers van Vlaanderen: Parijs-Roubaix.
In 1939 start hij in de Ronde van Frankrijk en hij wint een rit.

Alles gaat fantastisch tot in 1940 de oorlog begint.
Er wordt in oorlogstijd bijna niet meer gekoerst en Lucien moet anders zijn kost verdienen.
Omdat hij de streek van Ieper tot Rijsel en van Kortrijk tot Duinkerke kent als zijn broekzak, wordt Lucien smokkelaar.

Eerst is het met de fiets, later met de moto, zelfs een auto en uiteindelijk een vrachtwagen.
Het is met die camion dat hij tegengehouden wordt door een Duitse patrouille in Armentières in december 1942.
In maart 1943 komt Lucien voor de Duitse rechtbank in Rijsel, hij wordt veroordeeld en bij het verlaten van de rechtzaal, probeert Lucien te ontsnappen.

Lucien wordt overgebracht naar het gevangenenkamp van Siegburg (in Duitsland), waar hij verblijft tot de oorlog voorbij is.
Het is in de lente van 1945 dat het kamp wordt bevrijd door de geallieerde legers. Lucien en al zijn vrienden zijn dolgelukkig. Maar dan…

Bij het naar buiten marcheren van het kamp struikelt Lucien, een Amerikaanse soldaat denkt dat hij aangevallen wordt en opent het vuur. Lucien blijft liggen. Hij is dood.
Zijn verhaal eindigt waar het begon, in Nieuwkerke, in 1947 wordt Lucien overgebracht en herbegraven op het kerkhof van Nieuwkerke.

Deze grote coureur, winnaar Parijs Roubaix en een rit in de ronde van Frankrijk werd net geen 30 jaar. 


(Version Française) 

Pour cette première ‘histoire Belge’, je vous raconte l’histoire de Lucien Storme.
Lucien est né en 1916 dans le beau village de Nieuwkerke (Neuve-Eglise, dans les environs de Bailleul, juste de l’autre côté de la frontière.
Lucien commence à faire la course en vélo très tot. Il devient coureur dans une équipe de Lille.
En 1938 Lucien devient un des coureurs de l’équipe ‘Mercier’, c’est là qu’il aura ces plus grand succès.
Avril 1938, Lucien gagne la plus belle course de Flandre, Paris- Roubaix.
En 1939 il prend le départ du tour de France et il gagne une étape.

Tout va bien jusqu’en 1940, quand la guerre éclate.
Pendant la guerre il n’y a presque plus de courses et Lucien a besoin d’autre chose pour gagner sa vie.
Et puisqu’il connais la région entre Ypres et Lille et entre Courtrai et Dunkerque par cœur, Lucien devient contrebandier.
D’abord en vélo, puis en moto, en auto et finalement avec un camion.

C’est en conduisant ce camion qu’il se fait arrêter à Armentières en décembre 1942 par une patrouille allemande.
En mars 1943, Lucien doit comparaître en justice. Il se fait condamner et en sortant du palais de justice, il fait une tentative d’évasion.

Lucien est transporté dans un camp de prisonniers à Siegburg (en Allemagne), c’est la qu’il vit le reste de la guerre.

C’est le printemps 1945, le camp de Siegburg est libéré par les armées alliées. Lucien et ces amis sont heureux comme tout, mais là…

En marchant en colonne pour quitter le camp, Lucien tombe. Un soldat Américain pense qu’il se fait agresser et tire son fusil. Lucien reste couché, il est mort.
Son histoire se termine ou elle commença. À Neuve-Eglise, Nieuwkerke.  En 1947 Lucien est transféré et re-enterré sur le cimetière de Neuve-Eglise.
Ce grand coureur, qui a gagné Paris Roubaix et une étape du tour de France est mort, à peine 30 ans.

zondag 21 augustus 2016

Nieuw Seizoen - La Nouvelle Saison


La nouvelle saison de Goesting 
à partir du 24 août 
mercredi et vendredi de 9-10h 

Nouvelle saison avec 
- plus de vlaams 
- une histoire Belge 

Soyez à l'écoute!